
Een opvallend bericht uit de Belgische krant Het Nieuwsblad. Het medium gaat namelijk uitgebreid in op het premiestelsel van de gevallen Belgische topclub RSC Anderlecht. Paars-Wit stevent af op de Champions’ Play-offs. Met een comfortabele voorsprong op de subtop is een plek in de top zes vrijwel zeker. Toch is die sportieve rust geen toeval. Achter de schermen hanteert de Belgische recordkampioen namelijk een opvallend premiestelsel, dat vooral bedoeld is om spelers scherp te houden.
En dat systeem is ook voor Nederlandse voetbalfans interessant. Niet alleen omdat er regelmatig Nederlanders bij Anderlecht spelen, maar vooral omdat het een inkijkje geeft in hoe een traditionele topclub zijn selectie motiveert.
Geen Play-off 1? Dan geen premie
Bij Anderlecht zijn wedstrijdpremies al jaren een vast onderdeel van de contracten. Voor een overwinning in de Jupiler Pro League ontvangt een basisspeler normaal gesproken zo’n 3.000 euro bruto, bij een gelijkspel 1.000 euro. Spelers die op de bank beginnen, krijgen de helft van deze bedragen. 1.500 en 500 euro dus.
Het grote verschil met vroeger zit echter in het moment van uitbetaling. Waar premies voorheen maandelijks werden uitgekeerd, geldt in veel recente contracten een extra voorwaarde: alle wedstrijdpremies worden pas uitbetaald als Anderlecht zich kwalificeert voor Play-off 1. Wordt die doelstelling niet gehaald, dan vervallen de opgebouwde premies volledig.
Met de aangekondigde competitiehervormingen in België – waarbij de play-offs mogelijk verdwijnen – komt die eis feitelijk neer op één simpele boodschap: top zes halen is verplicht.
Financiële prikkel als sportieve hefboom
Voor Anderlecht is het systeem meer dan een boekhoudkundige ingreep. Een minder succesvol seizoen, of seizoenen zoals Anderlecht de afgelopen jaren ervaarde, leveren geen extra kostenposten op. Het is echter meer. Het fungeert vooral als psychologische druk. Spelers zien hun premies per overwinning wel oplopen, maar kunnen er pas aanspraak op maken aan het einde van het seizoen. Iedere mindere periode brengt daarmee direct financiële risico’s met zich mee.
Dat past bij de recente geschiedenis van de club. In het coronaseizoen en vooral in het rampzalige seizoen 2022/2023, toen Anderlecht zelfs elfde werd, liep paars-wit de Champions’ Play-offs mis. Dat scenario wil men in het Lotto Park koste wat kost vermijden.
En de impact voor de Nederlandse voetballers bij Anderlceht? Die is minimaal. Cedric Hateboer is uit beeld geraakt bij Anderlecht. Ondanks de hoge verwachtingen na zijn komst van Excelsior is hij allerminst onomstreden. Eric Llansana, afgelopen zomer overgekomen van Go Ahead Eagles, is ook geen vaste basisspeler en ziet dan ook vaak maar de helft van de premie.
Union Saint-Gilloise gaat nóg verder
Anderlecht is overigens niet de meest creatieve club van België als het om premies gaat. Stadsgenoot Union Saint-Gilloise staat bekend om een nog verfijnder systeem. Zo verdubbelt de winstpremie daar bij opeenvolgende zeges, en worden doelpunten uit of tegen bij standaardsituaties direct financieel beloond of afgestraft.
Het resultaat? Spelers die niet alleen winnen, maar ook bewuster omgaan met details die wedstrijden beslissen.
Les voor Nederlandse clubs?
Voor Nederlandse topclubs – en zelfs subtopclubs – is dit type premiestelsel het bestuderen waard. Zeker in competities waar het verschil tussen Europees voetbal of niet vaak klein is, kan een collectieve financiële prikkel net dat extra percentage scherpte opleveren. Niet voor niets keert PSV bijvoorbeeld een kampioenspremie uit, en gingen de salarissen bij Ajax dit seizoen omhoog vanwege plaatsing voor de Champions League.
